Zodra je de rivier de IJssel over bent en zo’n Achterhoeks landweggetje volgt merk je het direct. De weg is niet recht. Hij slingert. Langs grote bomen, door bossen en om boerderijen heen. Je krijgt om de zoveel meter telkens een ander uitzicht. Soms is het een bosrand, dan weer zijn het akkers. Het is niet Hollands meer. Nee, je ziet al rijdend de boerderijen verdwijnen achter houtwallen en boomgroepen en er lopen golvingen tot aan de horizon. En plots heb je weer een vergezicht. Het lijkt net een toneel met verschillende coulissen. Dat is waarom  het landschap van de Achterhoek wel een  coulisselandschap  wordt genoemd. Het is er nog steeds. Het werd in vele honderden jaren door de boerenbevolking opgebouwd en ingericht.

Het waren de boeren en vooral de knechten die het land bouwden. Duizenden karren vol mest uit de potstallen werden gemengd met de ooit schrale zandgronden. Zo ontstonden de vruchtbare kampen, de essen en de enken, die op hun beurt weer de namen gaven aan de boerderijen en de bewoners. Kijk maar in de telefoongids of in het straatnamenboek. Hogenkamp, Kemper en Kamphuis zijn bekende Achterhoekse familienamen. En hoeveel boerderijen heten wel Enkzicht, Koerkamp of Eshuis? De essen zijn (nog steeds zichtbare) verhogingen in het landschap. Voeg daar de stuwwalresten uit de laatste ijstijden bij en je hebt de landschappelijke geschiedenis van dit afwisselende gebied voor ogen.